De Boerin

De meeste kostuums dateren voor wat betreft kleur en model uit het einde van de negentiende en begin van de twintigste eeuw. Zwart was toen de modekleur in Twente. Voor de eeuwwisseling was de kleding veel kleurrijker. Mede door de zwarte kleur komt het geheel nogal sobertjes over. Dit had waarschijnlijk alles te maken met het feit dat Twente destijds een ietwat armoedige streek was. Geld voor luxe stoffen en uitbundige juwelen was er eenvoudig niet.

boerin01

 

knipmuts01

Was daarentegen de kleding van met name de vrouw rijkelijker versierd met kralenwerk , koordjes , tule, kant, fluweel , en zijde , dan had men met een welgestelde boerin van doen.
De vakbekwaamheid en artisticiteit van de individuele naaister speelden hierbij natuurlijk een grote rol.
Tot in de jaren '70 van deze eeuw kon men in Ootmarsum "ouderen" tegenkomen , die nog traditioneel gekleed gingen.

Kort samengevat is de kleding van de vrouw onder te verdelen in een jak, bovenrok , schort, en de knipmuts. De stoffen die gebruikt werden , waren
veelal crepezijde, moirezijde , wol , lustre, crepe de chine en fluweel.
De stof van de rok was dezelfde als die van het jak.
 

 Voor de schort gebruikte men meestal zijde. Onder de bovenrok droeg men een baaien of strepen onderrok. Het meest opvallende kledingstuk bij de vrouwen is de "zondagse" knipmuts.
De kant aan de achterzijde van de muts kan van katoen of linnen zijn. Linnen is het duurste en aan de lengte van de strook was de rijkdom van de vrouw af te lezen.
Tot de veelal gouden sieraden, die door de boerinnen werden gedragen, behoorden: de mutsenbellen, een kralensnoer van gitten of bloedkoralen, een broche, een kruis hangend aan een schakelketting al dan niet voorzien van een schuif, versierd met kwastjes, en een horloge met ketting en schuif. De mannen droegen enkel een horloge met ketting.

 

De Boer

Het sobere zwarte "kisten-tuug" van de mannen werd vroeger alleen gedragen op bijzondere bijeenkomsten, zoals bijvoorbeeld een begrafenis.
De mannen droegen een zwart pak , bestaande uit de lange jas of paltui , de korte jas of kortbuis , de klapboks (klapbroek) , een vestje , befke en een pet. De witgeschuurde klompen horen ook bij de nette out-fit.  
  
's Zomers waren de pakken van zwart laken, 's winters was de stof duffel. Een befke werd over het boezeroen gedragen en was gedeeltelijk van gummi en karton , dat overtrokken was met zwarte katoen.
De lange jas was meestal de trouwjas , die met kerstmis, pasen, pinksteren, dus meestal op hoge feestdagen werd gedragen. Zowel de boerinnen als de boeren droegen blank geschuurde klompen. De mannen droegen klompen met hoge wreef en de vrouwen droegen zogenaamde lage klompen met een leertje over de wreef. Het hout dat men voor het klompen maken gebruikte, was afkomstig van de wilg of populier.
 

frank-wim
goastok01

Twentse Gao-Stok

Zeer wel-riekend maar ook een wurgende- killer, vormt de Twentse gao-stok.

In de natuur is de strijd vaak op leven of dood. Hier wint bijna altijd de sterke kamperfoelie-stengel en zal de jonge boom of tak bezwijken.
Door de omsnoering zal de tak eerst spiraalsgewijs uitpuilen.
Kamperfoelie groeit op natte zandgronden en op houtwallen met sloten.
's Avonds en 's nachts verspreidt de bloem een zeer welriekende geur om nachtvlinders aan te trekken!
De meest voorkomende gao-stokken zijn uit de zwarte els.
Verder zijn soms de berk, lijsterbes, hazelaar of waterwilg het slachtoffer.
Door veel afwatering t.b.v. de landbouw wordt de kamperfoelie endus ook de mooi gevormde gao-stok steeds zeldzamer.

 

 

ccinc facebook ccinc youtube

 

130367
Vandaag33
Gisteren34
Deze week97
Deze maand447
Alles130367

Volgende optreden

Geen evenementen

Foto's van nu

bd_nu_14.jpg

Foto's van toen

bd_oud_008.jpg